Inkomen bij arbeidsongeschiktheid.
De eerste 2 verzuimjaren.
De eerste 2 verzuimjaren betaalt de werkgever conform de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling bij Ziekte (Wulbz) de verzuimende werknemer minimaal 70% van het loon. Het eerste jaar is dit conform CAO-afspraken vaak zelfs 100%. De afspraak uit het najaarsakkoord 2004 maximeert de loonaanvulling in de eerste twee ziektejaren tot 170% van het laatst verdiende salaris.
Daarna: de WIA.
Na 2 jaar ziekte bepaalt het UWV de mate van rest-verdiencapaciteit van de werknemer. Bij een loonverlies van tenminste 35% valt de werknemer onder de WIA. De WIA bestaat uit twee regelingen:
1. De IVA, de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten: voor werknemers die minder dan 20% (80 tot 100% loonverlies) van het laatstverdiende loon kunnen verdienen ?n geen of een geringe herstel?kans hebben. De vaststelling van volledige en duurzame arbeidson?geschiktheid zal onder andere gaan plaatsvinden door toepassing van een lijst met aandoeningen die daarvoor in aanmerking komen.
2. De WGA, de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten: voor werknemers die deels arbeids?geschikt zijn met een loonverlies tussen de 35 en 80%. Ook volledig arbeidsongeschikte werknemers met een loonverlies van 80% of meer met voldoende herstelkans, vallen onder de WGA. Het criterium voldoende herstel?kans is nog niet exact gedefinieerd.
Niet arbeidsongeschikt.
Werknemers met minder dan 35% loonverlies zijn volgens de wet niet arbeidsongeschikt. Zij blijven in dienst van de werkgever. De werkgever en werknemer moeten gezamen?lijk naar een oplossing zoeken, bijvoorbeeld in de vorm van vervangend werk.
Hoogte van de uitkeringen.
In schema ziet de WIA er als volgt uit:
| Inkomensverlies | Regeling |
| Vanaf 80% tot 100% | Volledig arbeidsongeschikt: IVA-regeling ? 70% van het laatstverdiende loon; tot maximaal het maximum dagloon. (Per 01-07-2005 1 43.770) |
| 35% tot 80% | Gedeeltelijk Arbeidsongeschikt: WGA-uitkering Deze regeling bestaat uit twee uitkeringen:- de loongerelateerde uitkering- de vervolguitkering ?f een loonaanvulling Loongerelateerde uitkeringWerkt iemand, dan bedraagt de uitkering 70% van het verschil tussen het oude (maximum)loon en het nieuwe loon. Werkt iemand niet, dan is de uitkering 70% van het laatstverdiende loon. De uitkeringsduur van de loongerelateerde uitkering is - net als bij de WW - afhankelijk van iemands arbeidsverleden. Na afloop van deze uitkering bestaat recht op een loonaanvulling of een vervolguitkering. Loonaanvulling Om in aanmerking te komen voor de loonaanvulling moet een werknemer tenminste de helft van zijn resterende verdiencapaciteit benutten. Dit is het bedrag dat hij gezien zijn arbeidsbeperking nog zou kunnen verdienen. Gebruikt de werknemer hier minimaal 50% van, dan bedraagt de loonaanvulling 70% van het verschil tussen het oude (maximum)loon en zijn restverdiencapaciteit. Vervolguitkering Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die niet werkt of met werk minder dan de helft verdient van zijn restverdiencapaciteit, heeft recht op een vervolguitkering. Deze uitkering bedraagt 70% van het wettelijk minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidsper?centage. De loonaanvulling of vervolguitkering ontvangt de werknemer tot zijn 65e jaar. |
| < 35% | Niet arbeidsongeschikt: geen uitkering ? De werknemer blijft bij de werkgever in dienst. De werkgever houdt een re?ntegratie-verplichting voor de werknemer. ? Is re?ntegratie niet mogelijk, dan kan de werkgever eventueel een ontslagvergunning aanvragen. ? Als de werknemer binnen 5 jaar bij een andere werkgever aan de slag kan, komt die nieuwe werkgever in aanmerking voor een Pemba premiekorting en de wettelijke no-risk polis. |
Voorbeeld WGA-uitkeringen:
We nemen als voorbeeld even Paul. Paul is een enthousiaste werknemer die al enkele jaren bij het bedrijf werkt. Hij verdient een jaarsalaris van 1 40.000,-. Paul komt in de WGA-regeling terecht als hij tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt is. Of als hij volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam. De uitkering wordt mede bepaald door het feit of Paul wel of niet werkt en of hij zijn restver?diencapaciteit voor ten miste 50% benut.
Paul wordt ziek en komt na twee jaar ziekte in de WGA-regeling terecht. Zijn restverdiencapaciteit wordt bepaald op 1 20.000. Paul is dus voor 50% arbeidsongeschikt (1 20.000 / 1 40.000).
In de drie volgende situaties leest u welke gevolgen dit voor Paul zijn inkomen heeft.
Situatie 1
Paul verdient met werk nog 1 20.000,-. Hij benut dus vol?ledig zijn restverdiencapaciteit. In eerste instantie ontvangt Paul een WGA-loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is afhankelijk van zijn arbeidsverleden. De berekening van deze loongerelateerde uitkering is als volgt:
| 70% (40.000 ? 20.000) = | ? 14.000,- |
| Loon | ? 20.000,- + |
| Totaal | ? 34.000,- |
| Daarna ontvangt Paul een WGA-loonaanvulling. Paul benut tenminste 50% van zijn restverdiencapaciteit, nl. 100%. | |
| 70% (40.000 ? 20.000) = | ? 14.000,- |
| Loon | ? 20.000,- + |
| Totaal | ?34.000,- |
Situatie 2
Paul is voor 50% arbeidsongeschikt. Er is voor de overige 50% geen werk. Hij ontvangt na twee jaar ziekte een WGA-loongerelateerde uitkering van 70% van zijn laatst?verdiende loon. De duur van deze uitkering is afhankelijk van zijn arbeidsverleden. Paul ontvangt dus een uitkering die bestaat uit een werkloosheids- en een arbeidsonge?schiktheidsdeel. De uitkering bedraagt 70% van 1 40.000,- = 1 28.000,-.
Daarna komt Paul in de WGA-vervolgperiode. Omdat hij zijn restverdiencapaciteit niet voor tenminste 50% benut, valt hij terug op de WGA-vervolguitkering. Deze uitkering bedraagt 70% * minimumloon * arbeidsongeschiktheids?percentage: 70% * 1 16.391,- * 50% = 1 5.737,-.
Situatie 3
Paul verdient nog 1 15.000,-. Hij ontvangt een WGA-loon?gerelateerde uitkering:
| 70% (40.000 ? 15.000) = | ? 17.500,- |
| Loon | ? 15.000,- + |
| Totaal | ? 32.500,- |
| Daarna komt Paul in de WGA-vervolgperiode. Paul benut meer dan 50% van zijn restverdiencapaciteit, namelijk 75% (1 15.000,-/1 20.000,-). Hierdoor heeft Paul recht op een loonaanvulling. Deze uitkering wordt berekend door 70% te nemen van het verschil tussen het oude loon en de restverdiencapaciteit: | |
| 70% (40.000 ? 20.000) = | ? 14.000,- |
| Loon | ? 15.000,- + |
| Totaal | ? 29.000,- |
Vooreiland 9
1671 HN, Medemblik
T. 0227 549070
E. info@pdewinter.nl
© P. de Winter - Financiele Dienstverlening 2013
Aan de inhoud van deze site kunnen geen rechten worden ontleend.
Designed by PC Reclame.